Afschaffen overdrachtsbelasting haalt woningmarkt uit het slop

14-07-2010 | Door met onmiddellijke ingang de overdrachtsbelasting af te schaffen, kan snel een herstel op de woningmarkt worden ingezet. Dat is de stelling van Leo van de Pas, directeur van Woningmarktcijfers.nl uit Heerlen.

Het gegeven dat de overdrachtsbelasting jaarlijks 2,5 miljard euro aan inkomsten voor de staatskas oplevert is zeker niet onbelangrijk. De kosten zijn minimaal, immers de notaris houdt de 6 procent OB in en draagt deze vervolgens af. Daarmee is echter slechts de halve waardheid verteld. Kopers financiëren in vrijwel alle gevallen de overdrachtsbelasting mee, trekken de daarover betaalde hypotheekrente af en krijgen zo in 30 jaar het grootste gedeelte van de overdrachtsbelasting terug. Iemand die 52 procent inkomstenbelasting betaalt en 30 jaar in hetzelfde huis blijft wonen, ontvangt zelfs het gehele bedrag terug. In feite is hier sprake van een renteloze lening aan de staat. Een eigenaar die echter de rit niet uitzit en verhuist, moet opnieuw overdrachtsbelasting c.q. een verhuisboete betalen. De overdrachtsbelasting weerhoudt mensen om te verhuizen, bijvoorbeeld wanneer de woning niet meer helemaal geschikt is of bij kansen op een nieuwe baan in een andere omgeving. Om de kosten koper via prijsstijging terug te verdienen, moet een eigenaar 2 tot 6 jaar in hetzelfde huis blijven wonen. Het afschaffen van de overdrachtsbelasting kan deze terugverdientijd met 2 tot 3 jaar verkorten. Hierdoor wordt niet alleen de doorstroming in de woningmarkt bevordert, maar evenzeer worden goede zaken gedaan voor de economie en werkgelegenheid. Elke koper besteedt al snel € 40.000 bij makelaar, notaris, bank, verhuizer, woninginrichter, keuken- en tuincentrum etc. en dat zorgt voor extra inkomstenbelasting en omzetbelasting bij de overheid. Daarnaast profiteert de nieuwbouwsector en treedt eerder ontspanning op in de huursector.

Het afschaffen van de overdrachtsbelasting zorgt er dus voor dat er minder wordt gefinanciërd hetgeen jaarlijks een besparing van € 60 miljoen aan belastingteruggave oplevert. Bij een gemiddelde bewoningstermijn van 20 jaar gaat het om € 1,2 miljard met een contante waarde van € 800 miljoen. Om te voorkomen dat woningprijzen extra stijgen, dient gelijktijdig met de afschaffing van de overdrachtsbelasting, de leenquote voor hypotheken te worden verlaagd, zodanig dat kopers iets minder kunnen financiëren dan voorheen. Als compensatie voor het wegvallen van de overdrachtsbelasting kan de aftrek van eenmalige hypotheekkosten worden beëindigd. Naast kostenbesparing bij de belastingdienst levert dit de overheid jaarlijks € 600 miljoen minder aan teruggave op. De resterende € 1 miljard moet door economische neveneffecten worden gecompenseerd en dit lijkt een peulenschil. Vanwaar nog die twijfel?

Download hier het volledig onderzoek

Auteur: Leo van de Pas (directeur woningmarktcijfers.nl)
Bron: Woningmarktcijfers.nl